Tien jaar na aanslag Nice: onvrede voedt opmars radicaal-rechts
In dit artikel:
Frankrijk herdenkt tien jaar na de aanslag op de Promenade des Anglais in Nice de 86 doden van 14 juli 2016, toen een terrorist met een vrachtwagen inreed op het publiek tijdens de nationale feestdag. President Emmanuel Macron woont de plechtigheid voor het eerst in jaren bij, maar in de stad overheerst ook frustratie: nabestaanden vinden dat zij te weinig centraal staan door de zware veiligheidsmaatregelen en de korte toespraakruimte. Volgens correspondent Steven Decraene is de pijn in Nice nog altijd diep en is de herdenking tegelijk een moment waarop de politieke gevolgen van jarenlange aanslagen zichtbaar worden. Veel Fransen vinden dat de overheid te laks heeft gereageerd op extremisme en jihadisme, wat de discussie over migratie, identiteit en veiligheid heeft verscherpt. Die onvrede stuwt het radicaal-rechtse Rassemblement National naar recordniveaus in de peilingen. Marine Le Pen blijft het gezicht van de partij, al kan haar recente straf in de zaak rond Europees geld haar presidentskandidatuur bemoeilijken; mogelijk neemt Jordan Bardella dan het stokje over. Tegelijk wordt ook oud-president François Hollande opnieuw genoemd als mogelijke kandidaat, wat de zwakte van links onderstreept. Tien jaar na Nice is het politieke midden verder versplinterd, en de vraag wie radicaal-rechts kan stoppen domineert de aanloop naar de presidentsverkiezingen van volgend jaar.
De Oranjezomer: Rutger Castricum hoort wie volgende week aanschuift bij De Oranjezomer: 'Dan zit ik in het publiek!'